Grafische rekenmachine
In 1623 bouwde Wilhelm Schickard de eerste mechanische rekenmachine die getallen van zes cijfers kon optellen en aftrekken. Deze machine had zelfs een bel die een overflow aangaf. Hij was daarmee Blaise Pascal en Gottfried Wilhelm Leibniz een twintigtal jaren voor. De rekenmachine werd gebruikt om astronomische tabellen te berekenen. Veel later werden rekenmachines in winkels gebruikt, zodat het uiteindelijke bedrag op mechanische wijze zichtbaar gemaakt worden.
Op kantoor en bij de administratie werden ook mechanische rekenmachines gebruikt. De ingevoerde getallen en het resultaat werd op een papierrol afgedrukt. Dit wordt een 'telmachine' genoemd.
Vanaf 1954 kwamen de eerste elektronische rekenmachines; deze waren nog steeds erg duur en groter dan menig moderne computer. Chip-uitvinder Jack Kilby ontwikkelde in 1967 in de laboratoria van Texas Instruments de eerste zakrekenmachine, het apparaat woog 1,5 kilo en was zo dik als een woordenboek.[1] In 1972 bracht de firma Hewlett-Packard de eerste wetenschappelijke zakrekenmachine op de markt (de HP-35). Die luidde het einde in van de tot dan toe gebruikte rekenlinialen. De aanvankelijke led-uitlezing is veranderd in lcd, wat de levensduur van de batterijen sterk heeft verlengd; veel rekenmachines maken zelfs gebruik van een fotovoltaïsche cel, waardoor batterijen bij voldoende licht zelfs overbodig zijn geworden. De technologie is zo goedkoop geworden dat er niet veel geld meer mee kan worden verdiend en daardoor zijn er nog maar enkele bedrijven die serieus rekenmachines maken die niet voor reclamedoeleinden worden weggegeven. Met het goedkoper worden van de rekenmachines en dankzij het feit dat de meeste rekenmachines in Japan gemaakt werden, kwam ook de naam zakjapanner als bijnaam op.
Tegenwoordig vindt men rekenmachines in vele kleine toestellen, zoals horloges (hoewel dat meer een modegril was in de jaren 80) en mobiele telefoons. Complexere, programmeerbare rekenmachines worden weinig meer verkocht omdat voor het zwaardere rekenwerk tegenwoordig veelal computers (bijvoorbeeld met spreadsheets) worden gebruikt en deze algemeen toegankelijk zijn geworden.
De afzonderlijke cijfers worden opgebouwd met zeven streepjes. Dit heet een zevensegmentendisplay. Bij modernere en duurdere rekenmachines wordt een grafisch display gebruikt waarbij de cijfers uit puntjes worden samengesteld.